Bank sparen
Banksparen is de mogelijkheid om via een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrekening te sparen voor pensioen en/of hypotheek. Het spaarbedrag voor pensioen is onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van de belasting, vergelijkbaar met een lijfrenteverzekering.
Banksparen voor hypotheek is het sparen voor aflossing hypotheek op een spaarrekening. Het rendement en het kapitaal hoeven - wederom onder bepaalde voorwaarden- niet worden meegenomen in de belastingaangifte.
De wettelijke voorwaarden voor banksparen zijn ruim genomen. Hierdoor is de regeling beschikbaar voor veel mensen met een pensioentekort. Het banksparen voor hypotheek zal vooral voor starters op de woningmarkt een optie zijn.
De bankspaarregeling is feitelijk simpel en daardoor in de uitvoering goedkoper. Hiermee is de drempel verlaagd om te gaan sparen voor pensioen en aanvullend pensioen.
Voor eigenhuis bezitters met een hypotheek geeft banksparen veel meer flexibiliteit dan een gewone beleggingsverzekering en/of spaarhypotheek. Deze producten zijn gebaseerd op een looptijd van 30 jaar. Terwijl in de praktijk door diverse oorzaken de beleggingsverzekering en de spaarhypotheek naar gemiddeld 7 jaar werd stop gezet.
Jarenlang hekelden banken het 'fiscale monopolie' van verzekeraars. Nu het bijna zover is dat ook zij dit fiscale voordeel mogen inzetten, blijft het opmerkelijk stil. Banken hebben inmiddels ook verzekeringstakken, verklaart Rob Goedhart, beleidsadviseur bij de Consumentenbond. "Dat verzekeringsbedrijf willen ze niet kannibaliseren. Dom. Als ze banksparen links laten liggen, of het te duur of ingewikkeld maken, ontstaat een gat voor buitenlandse banken."
De verzekeraar die zich ooit op radio tegen de kritiek van te hoge kosten van beleggingsverzekeringen verdedigde met "maar bij ons hebben mensen fiscaal voordeel", zal die woorden inmiddels betreuren. De aanwezige politicus, Staf Depla (PvdA), spitste zijn oren en werd in politiek Den Haag één van de aanjagers om verzekeraars hun fiscale monopolie te ontnemen.
Per 01-01-2008 kunt uit een extra hypotheek variant kiezen namelijk de bankspaarhypotheek . Het kenmerk bij deze hypotheek is dat er voor de aflossing geen verzekering hoeft worden afgesloten. Het af te lossen gedeelte wordt fiscaal vriendelijk gespaard op een geblokkeerde (bank)rekening. Het voordeel hiervan dat er geen kosten voor een verzekeringsproduct gemaakt moeten worden. Uiteraard is het wel zo dat de geldverstrekker kan eisen dat er een overlijdensrisicoverzekering moet worden afgesloten. De bankspaarhypotheek biedt u ook de mogelijkheid om het gespaarde geld te storten in beleggingsfondsen.
Simpelweg komt het wetsvoorstel tot banksparen erop neer dat banken alternatieven mogen bieden voor de lijfrente- en hypotheekverzekering (beter bekend als spaar- en beleggingsverzekering) mét hetzelfde fiscale voordeel. En dat hoeven geen moeilijke of dure producten te zijn. Zeker niet bij opbouw van een lijfrente. Bij een lijfrenteverzekering legt de consument jaarlijks een bedrag opzij - dit bedrag is onder voorwaarden aftrekbaar van de belasting - en na de looptijd krijgt de verzekerde een kapitaal beschikbaar voor pensioenaanvulling. Regel een geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening waar je periodiek iets op stort en je heb in feite een gelijksoortig product. Mét fiscaal voordeel, en zonder veel toeters of bellen. Geblokkeerde rekeningen of rekeningen met voorwaarden bestaan namelijk al, bieden in de regel zelfs ook nog eens de hoogste rentevergoedingen. Het zou dus uitermate vreemd zijn als lijfrentesparen bij de bank straks net zo duur is als een lijfrenteverzekering, waar verzekeraars flinke kostenopslagen hanteerden.
"Banken zullen wel moeten monitoren of de klant zich aan de fiscale voorwaarden houdt", stelt Goedhart. Aan de andere kant zijn ze nu ook al verplicht om saldi door te geven. Het pijnpunt speelt bij een lijfrenteopbouw vooral op het einde. Als dan het geld wordt uitgekeerd, stelt de fiscus als voorwaarde dat het kapitaal in een polis/pot wordt gestort, van waaruit de consument het gespreid als pensioenaanvulling moet ontvangen. Nadeel van een pot geld bij een bank is dan dat deze eens leeg raakt, zodat er bijvoorbeeld maar twintig jaar lang kan worden uitgekeerd. Bij een polis, een verzekeraar, kan het zogeheten 'lang leven risico' wel worden afgedekt middels een levenslange uitkering. De consument die dit wil kan natuurlijk altijd op dat moment voor een lijfrente bij een verzekeraar kiezen. Goedhart: "Daarmee doen beide waar ze het beste in zijn, vermogensopbouw door de bank, het afdekken van risico bij de verzekeraar. Overigens kunnen verzekeraars straks natuurlijk ook een geblokkeerde bankrekening aanbieden, of een goedkopere lijfrentepolis. We hebben niets tegen verzekeraars, alleen iets tegen te dure producten."
Een spaarrekening en/of beleggingsrekening aan een hypotheek koppelen zal evenmin goudgeld kosten. Wél is er het probleem dat hypotheekverstrekkers bijna altijd een overlijdensrisicoverzekering (ovr) eisen die de hypotheek bij overlijden gedeeltelijk of geheel aflost. Deze verzekering zit momenteel verwerkt in bestaande beleggings- en spaarpolissen, maar zal bij banksparen apart afgesloten moeten worden. Onderlinge afstemming van ovr en kapitaalopbouw zal tot administratieve kosten leiden. Toch verwacht Goedhart dat ook deze oplossing goedkoper moet kunnen zijn dan de huidige beleggings- en spaarpolissen. Critici van banksparen betwijfelen dit. Los van het feit dat banken dan wel ontzettend in hun hemd staan, hebben de critici wel een punt dat ook banken advieskosten zullen moeten maken. Bij hypotheeksparen of -beleggen ligt dat wat meer voor de hand dan bij 'lijfrentesparen' waarbij alleen het fiscale voordeel al deelname rechtvaardigt. Mits u de inleg nu tegen een hoger tarief kunt aftrekken, dan waartegen de uitkeringen na pensionering belast worden.
Ook Goedhart weet - jarenlang was hij zelf adviseur - dat een goed hypotheekadvies geld kost. "Advieskosten, oké. Laat banken echter niet de historische fout maken door net als verzekeraars met provisie te gaan werken. In het algemeen is provisie niet bedoeld als vergoeding voor advieskosten, maar als verkoopstimulans." Zoals blijkt uit in deze krant gepubliceerde conclusies van het AFM-rapport over hypotheekadviseurs, kan dat tot zeer ongezonde situaties leiden.